Zonsopkomst Hverfjell, Námafjall Hverir en de Mývatn Nature Baths

Ik heb een goede nacht gehad, ondanks dat ik er nog even uit ben gegaan ben ik uitgerust. Als je op IJsland bent zul je merken dat de douche niet is zoals in Nederland. De meeste douches ruiken naar zwavelgeur. In het begin even wennen!

Zonsopkomst Hverfjell krater

We rijden met de bus richting de Hverfjell krater, maar bij het pad richting de krater zelf stappen we uit de bus en worden we in kleine groepjes in de 4×4 hummer (die Ferdinand wordt genoemd) verder gebracht. Een gewone 4×4 zou hier na een paar meter al vast zitten in de sneeuw.

We worden afgezet bij de verlaten parkeerplaats waar we ondertussen spikes onder onze wandelschoenen bevestigen. Ik heb spikes mee die ik bij de ANWB heb gekocht, deze spikes wat je meer metalen nopjes kan noemen zijn niks vergeleken met de spikes die je hier meekrijgt.
Ik gebruik mijn eigen spikes, waar ik later flink wat spijt van krijg…

De Hverfjell is een kegelvulkaan, die ca. 2500 jaar geleden ontstaan. De vulkaan is 312 meter hoog, met een diameter van ca. 1 kilometer.

Er ligt veel sneeuw met daaronder een ijslaag, wat het erg verraderlijk maakt terwijl we omhoog lopen. Terwijl we omhoog lopen kleurt de lucht roze en oranje, de zon is nu aan het opkomen. We hebben de echte zonsopkomst helaas gemist.

Als ik mij omkeer kijk ik uit over een winters landschap, in de verte een paar bergen en op andere plekken komt stoom omhoog. Onze groep pakt haar eigen tempo, wat ervoor zorgt dat je goed ziet hoe hoog de vulkaan eigenlijk is.

Boven aangekomen kijk je in de vulkaan, die ook volledig wit is. Het waait hier een stuk harder. Het pad loopt nog verder waar je uiteindelijk uitkomt op een uitkijk punt waar we uitkijken over een prachtig besneeuwd IJslands landschap.

Niet de hele groep loopt door naar de top, met de reizigers die hier nu zijn maken we een groepsfoto en lopen weer terug. De afdaling gaat een stuk lastiger dan omhoog.

Er zijn meer plekken waar je wegglijdt en zo moet je echt zoeken waar je je voet neerzet. Zelf wijk ik af van het pad en ga op een wat steiler stuk lopen, waar nog verse sneeuw ligt. Dit loopt wat prettiger maar vraagt wat meer van mijn benen.

Een paar van de reizigers vinden het wat spannend om af te dalen, Júlíus neemt twee vrouwen aan zijn arm en loopt zo vrolijk naar beneden.

Beneden aangekomen stappen we weer in Ferdinand en worden teruggebracht naar de bus.

De modderpoelen van Hverir

De groep wordt opgesplitst, wij gaan naar de modderpoelen van Hverir en de andere groep gaat op de sneeuwscooter.

We rijden via een prachtig blauw meer “Blue Lake”, waar sinds 1977 door een relatief kleine elektriciteitscentrale geothermische energie wordt gewonnen, richting Mt. Namafjall.

Zodra we over de berg komen met de auto kijken we over een van de grootste solfatarenvelden van IJsland, in de zomer is dit een pastelkleurig gebied, nu is het gebied grotendeels besneeuwd, alleen op de plekken waar de grond te warm is zie je de pastelkleuren tevoorschijn komen. 

De modderpoelen van Hverir ligt bezaaid met stoompluimen, solfataren, fumarolen en kokende modderpotten. De lava stroomt hier op ongeveer 2000 meter diepte. De aardkost tot aan de lava is hier in vergelijking dunner dan een eierschaal.

Zodra we uitstappen moeten we weer even opnieuw wennen aan de “rotte-eiergeur”, wat in werkelijkheid zwavellucht is. We krijge plastic sloffen om onze schoenen, de modder is zo plakkerig dat je anders een extra zool onder je schoenen krijgt.

Terwijl je door de modderpoelen loopt hoor je verschillende geluiden, van de stoom die wordt uitgeblazen door de fumarolen maar ook het pruttelen van de kokende modderpotten. 

De modderpotten en solfataren zijn afgeschermd met touw, dit is puur voor je eigen veiligheid. De poelen zijn zo heet, mocht je erin vallen blijft er niet veel van je over…

De stoom die uit de fumarolen komt kan erg heet zijn, maar na een paar meter koelt het al vrij snel af. Als je onder de stoom gaat staan of zelfs even erin wordt je bedwelmd met een flinke zwavelgeur. 

Terug bij de bus zie ik dat mijn plastic slof het heeft begeven en ik alsnog vieze modder aan mijn schoenen heb. Met een doek krijg ik het grotendeels eraf, eerder mogen we de bus ook niet in.
 

We rijden terug richting Mývatn over de berg Mt. Namafjall en stoppen bij de Myvatn Lookout parkeerplaats. Hier kijken we uit over Mývatn en de powerplants die stroom opwekken. We eten hier onze lunch en rijden door naar de boerderij van Anton.

Sneeuwscooter over de meren van Mývatn

Na de lunch rijden we door naar de boerderij van Anton, waar we de andere groep kruizen. Zij gaan nu richting Hverir, wij gaan een sneeuwscooter tocht maken.

De sneeuwscooters staan al klaar, het zijn oude machines en je ruikt ze behoorlijk. Het is niet heel erg warm dus twijfel of ik een thermopak aantrek. Ik waag het erop en trek mijn hardshell over mijn jas heen. 

Binnen kunnen we helmen passen en als iedereen klaar is krijgen we een sneeuwscooter toegewezen.

We vertrekken en nadat we uiteindelijk een weg zijn overgestoken gaat het gas er wat meer in. Het landschap is niet te vergelijken met Lapland waar ik al eerder op een sneeuwscooter heb gezeten. Het lijkt wel alsof we over een besneeuwde heide rijden. Er staan amper bomen en als er al een boom staat lijkt het meer een bosje. 

Op sommige plekken merk je goed dat je over het ijs rijdt, verder zie je overal om je heen bergen en pseudokraters. We zien de Hverfjell in de verte liggen.

Halverwege maken we een korte stop waar Anton wat vertelt over de omgeving, we staan midden op een meer waar het in de zomer vol zit met trekvogels.

We maken een bocht en rijden weer verder, het is een heerlijk gevoel om op deze oude machines te zitten. Het maakt een flink lawaai, maar de kracht van de sneeuwscooters voel je door je gehele lichaam.

We komen uiteindelijk uit bij een oud kerkje van turf. Anton luidt hier de bel en vertelt wat over de kerk. Hij geeft aan dat de lokale bevolking de plek geheim wil houden dus of we de GPS van deze plek ook niet willen opslaan. Of dit echt zo is, of dat het is om de plek extra bijzonder te maken weet ik niet.

Anton vertelt onder andere over de kerk in Reykjahlíð vlakbij Mývatn die bespaard is gebleven door de uitbarsting van de vulkaan Krafla in 1729. De lava stroomde langs beide kanten van de kerk. De inwoners van Reykjahlíð waren naar de kerk gevlucht en hebben het overleefd. De kerk stond op een kleine heuvel wat ook nu te zien is als je er langs rijdt. De kerk staat er nog, echter komt de huidige kerk uit 1972.

Op de terugweg is er plots wat tumult, blijkbaar schoot er een havik vlak langs het pad de sneeuw in en pakte een sneeuwhoen. Helaas net gemist!

We rijden weer terug naar de boerderij waar we vervolgens weer met de bus naar het hotel worden gebracht. De rest van de middag hebben we vrije tijd.

Mývatn Nature Baths

We gaan in de avond naar de Mývatn Nature Baths. De meeste toeristen die naar IJsland gaan bezoeken de Blue Lagoons, wij als echte Arcticans gaan naar de warme natuurbaden van Mývatn. De IJslandse naam Jarðböðin við Mývatn betekent letterlijk “natuurbaden van Mývatn”. De baden worden opgewarmd door geothermische warmte, afkomstig uit de aarde en opgewerkt bij de Bjarnaflag Power Station die we eerder deze dag zagen bij Blue Lake. 

De warmte die hier wordt opgewekt ontstaat door de vulkanische activiteit in de regio. Niet alleen de Mývatn Nature Baths worden hiermee opgewarmd, ook veel huishoudens in IJsland. Een enorm duurzame en planeetvriendelijke energiebron.

De baden zijn in 2004 gebouwd, het is geen natuurlijke warmwaterbron. Maar het water en de warmte die gebruikt worden zijn dat wel. In het water zit een hoge hoeveelheid mineralen en zwavel. Door deze natuurlijke samenstelling zijn er geen chemische ontsmettingsmiddelen nodig.

We gaan met de grote bus richting de baden. Het weer is flink omgeslagen, het sneeuwt en waait flink. We zijn blij dat we in de bus zitten en niet buiten hoeven te lopen. Onderweg zien we soms even de weg niet meer. De buschauffeur geeft aan dat je ervoor moet zorgen dat je altijd aan de linkerkant van de gele paaltjes blijft (die tip heeft mij een week later nog geholpen toen ik zelf in een white-out zat).

Aangekomen bij de natuurbaden krijgen we allemaal een handdoek en kunnen we ons omkleden. Wietse en ik lopen door naar de kleedruimtes buiten, binnen is het erg warm waar ikzelf totaal niet tegen kan. 

Het vriest buiten 9 graden en er ligt een flinke laag sneeuw. We stappen naar buiten en voelen direct de koude wind tegen ons lichaam. De kou van de sneeuw en de bevroren onderlaag snijdt in je voeten. Rustig maar toch een beetje snel lopen we naar de trap van het bad.

De eerste stap in het water en “ahhhhh”. Het water is heerlijk warm, of beter nog het water is heet. De groep zit al in het water, sommige met een drankje. Op water hoogte zit er een bar waar je wat te drinken kan halen zonder dat je het water uit hoeft. 

Het waait en sneeuwt steeds harder, jagen op het noorderlicht zit er deze avond niet in. 

Op sommige plekken voel je de warmte het water inkomen, op deze plekken kan je ook niet te lang staan, het water is hier te heet. Het bad is erg groot, een gedeelte is nu maar opengesteld aangezien het donker is. Overdag is het gehele bad opengesteld, waar je blijkbaar ook uitkijkt over de pseudokraters. Daar is nu niet veel van te zien.

Ik besluit om de GoPro te pakken voor wat foto’s in het bad. Het bad in gaan was toch een stuk leuker dan met -9 en windkracht 7 het bad uitgaan. Snel een foto voor op Instagram en door!

Als we weer terug naar het hotel gaan is het weer er niet beter op geworden, het zicht is nog veel slechter dan toen we naar de natuurbaden gingen. Terug aangekomen gaat bijna iedereen naar bed, Wietse en ik halen een biertje en gaan nog even biljarten voordat we ook op een oor gaan.

2 reacties

Laat een reactie achter

Je e-mail wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.